De Vuurvogel, Ede - update

15 april 2020, aanvulling juni 2022

De voorbereidingen voor de renovatie van het monumentale gebouw van Vrije School De Vuurvogel in Ede stonden gepland voor 2019. Peter Reidsma, pilotbegeleider vanuit het Innovatieprogramma Aardgasvrije en Frisse Basisscholen, is vanaf de eerste bijeenkomst betrokken. De uitgangspunten voor het project stonden al vast: de gemeente en het schoolbestuur willen samenwerken in een bouwteam, met een taakstellend budget. Het schoolbestuur is bouwheer en de gemeente heeft de positie van geïnteresseerde toeschouwer, die vrijwel het hele budget ter beschikking stelt. In het bouwteam wordt gewerkt met een open begroting en het ontwerp is leidend. Doordat alle partijen in het bouwteam gelijkwaardig zijn ontstaat er balans. Gemeente en schoolbestuur denken op deze manier het beste resultaat te kunnen halen.

De eerste helft van 2019 staat in het teken van voorbereidende werkzaamheden. Er is een planning gemaakt, en een uitvraag wordt voorbereid. Het doel van de aanbesteding? Een bouwpartner voor een design & build traject vinden. Op de aanbesteding is door drie verschillende combinaties gereageerd, alle drie bestaand uit een bouwbedrijf en een architect. Kennis van vrijeschoolonderwijs speelde een grote rol bij de beoordeling; er werd met nadruk gelet op een vertaling naar een bouwconcept dat dit onderwijs zo goed mogelijk ondersteunt.

In de tweede helft van 2019 is een bouwpartner geselecteerd. Die maakt een bouwteamontwerp, samen met de gebruikers, dat in mei/juni 2020 gereed was. Aanvullend was de uitvoering gepland. Vanwege de aanwezigheid van vleermuizen op de locatie en de bijbehorende onderzoeken en maatregelen hiervoor is de start van de werkzaamheden uitgesteld. Hoewel er later is dan gepland gestart is verliepen de werkzaamheden van het project volgens (opgeschoven) planning. Opvallend is dat het verwarmingsconcept geen onderdeel van de uitvraag is. De mogelijkheden op dit gebied zijn in 2019 verkend, met aansluiting op de stadsverwarming van Ede en een all-electric oplossing als meest aantrekkelijke opties. De uiteindelijke keuze zal worden bekostigd met de subsidie die vanuit het innovatieprogramma is ontvangen. Een aparte uitvraag volgt.

Innovatieve aspecten

Het meest innovatieve aspect bij deze pilot is dat er wordt gewerkt met een bouwteam. De projectleider, Martijn Lampe, doet dit regelmatig voor schoolbesturen en heeft daar veel ervaring in. Het werken in een bouwteam waarbij het schoolbestuur bouwheer is, betekent dat de gemeente de aanbesteding niet zelf doet. In Ede heeft de gemeente uiteraard wel geïnteresseerd meegekeken en ambtenaren hebben de aanbestedingsstukken gecontroleerd. De werkafspraken met de gemeente zijn vooral praktisch vormgegeven. Dat kan doordat gemeente en schoolbestuur het eens zijn over het gemeenschappelijke doel dat ze willen bereiken.

Het project werkt met een taakstellend budget, waarbinnen alle doelen moeten worden gehaald. Daarom is voor dit project geen businesscase opgesteld. Een doorrekening op basis van Total Cost of Ownership (TCO) heeft niet plaats gevonden, en er is ook geen intentie om dat te doen. Peter Reidsma legt uit dat een dergelijke berekening vooral nuttig is om de uitgangspunten scherp te krijgen. In Ede was dat niet nodig, want zowel gemeente als schoolbestuur zijn optimistisch over de ontwikkeling van de leerlingenaantallen.

Het schoolbestuur draagt 10 procent bij aan het budget, een afspraak die voor alle bouwprojecten voor het onderwijs in Ede geldt. Die bijdrage komt uit de reserves van het schoolbestuur. Er is niet gekozen voor de meer innovatieve methode om toekomstige exploitatievoordelen contant te maken. De achterliggende gedachte is dat er een goed schoolgebouw wordt neergezet, met een goed ventilatie- en verwarmingsconcept. De exploitatiekosten worden dan gedekt door de MI-vergoeding. Een eventueel positief saldo zal worden geïnvesteerd in andere schoolgebouwen.

Vervolg

De pilot in Ede verloopt voorspoedig. De partijen verwachten dat het project zonder problemen kan worden uitgevoerd. Peter Reidsma denkt dat men wel alert moet blijven voor de effecten van het te kiezen verwarmingsconcept op de exploitatie, want die moet vanuit de MI-vergoeding kunnen worden betaald. De investeringskosten zijn bij stadsverwarming lager dan bij all-electric. Dat komt doordat de aansluiting van het warmtenet langs het schoolplein loopt, dus die is heel gemakkelijk te realiseren. Een nadeel van stadsverwarming is dat het in de exploitatie duurder is dan all-electric. Ook is verwarming met stadsverwarming en radiatoren minder flexibel in het gebruik dan all-electric met luchtverwarming. All-electric vraagt dus een grotere investering, maar de exploitatiekosten zijn lager dan van stadsverwarming.

(Update 2022:) Hoewel de uitvoering van het project vertraging heeft opgelopen door het later verlenen van de bouwvergunning door een vleermuizenonderzoek en in een later stadium de gevolgen van de energiecrisis heeft dit geen invloed gehad op de eerder genomen besluiten. De uitgangspunten zijn niet gewijzigd en daardoor bleven de rekenmodellen intact. Dit laatste komt mede door het toepassen van zonnepanelen op het bijgebouw naast de school.

Leerpunten

De professionele houding van het schoolbestuur en de gemeente zijn van doorslaggevend belang voor het succesvolle verloop van deze pilot. Beide partijen zijn zeer coöperatief ingesteld, al vanaf de start van het project. Ze kennen hun verantwoordelijkheden, geven elkaar de ruimte en vertrouwen elkaar. Volgens Peter Reidsma is het veel moeilijker om een dergelijk project te realiseren als één van de partijen probeert er in financieel opzicht zoveel mogelijk uit te slepen. Wat ook bijdraagt aan het succes is, dat het schoolbestuur een zeer ervaren projectleider heeft aangetrokken, die al meer nieuwbouw- en renovatieprojecten in het onderwijs heeft afgerond, ook in bouwteamverband.

*Noot: deze Update is een samenvoeging van meerdere contactmomenten, waaronder een update in 2020 en 2022.

foto voorkant Vuurvogel